Hoeveel meel of deeg gebruiken in een bepaalde bakvorm voor brood?

aluminium broodbakvorm

Je hebt een en je vraagt je af hoeveel bloem of meel je moet gebruiken om een deeg te maken die past bij je bakvorm? In dit artikel geven we je handvatten om dat uit te rekenen.

Hoe bereken je de hoeveelheid meel of deeg voor je brood bakvorm

Vooropgesteld, de berekening die we je geven is slechts een goede indicatie. Als je recept iets meer of minder meel of bloem gebruikt is dat niet heel erg, maar het moet niet al te veel gaan afwijken, liever minder dan meer. Hou een marge aan van niet meer dan 10% en niet minder dan 30% meel of deeggewicht. Natuurlijk kan je een brood bakken met 50% minder meel maar dan wordt het wel erg uit verhouding. Het is beter om het recept even aan te passen.

De berekening voor de hoeveelheid meel of bloem is afhankelijk of je een wit- of volkorenbrood wilt bakken. Volkorenbrood is compacter dan witbrood en lichtbruin. Vandaar dat je voor volkorenbrood meer meel kan gebruiken dan witbrood bij gebruik van hetzelfde bakblik. We geven twee soorten berekeningen. Een berekening voor het bepalen van het gewicht van het bloem of meel, of als je dat prettiger vindt, de berekening voor het deeggewicht.


Berekenen gewicht meel of bloem op basis van de inhoud van een bakblik

We gaan hier uit dat je het meelgewicht wil bepalen wat goed bij je broodvorm past. Dat is slim want bij een goed recept gaat men altijd uit van het gewicht van het bloem of meel omdat dit op 100% wordt gesteld. Je kan dan heel makkelijk het gewicht van de andere ingrediënten uitrekenen. Zie de toelichting op de bakkersformule.

Witbrood / licht bruin: inhoud van je bakblik in ml / 4,4 = gewicht van het bloem in gram.

Volkorenbrood: inhoud van je bakblik in ml / 3,7 = gewicht van het meel in gram.

Een voorbeeld voor witbrood en lichtbruin: stel je hebt een bakblik van 2200 ml (hoe kan je de inhoud van een bakblik bepalen?), dan moet het bloem een gewicht hebben van 2200/4,4=500 gram. Met een marge van +10 en -30% wordt dat dus een gewicht van het bloem tussen de 350 en 550 gram.

Een voorbeeld voor volkorenbrood: stel je hebt een bakblik van 2200 ml (hoe kan je de inhoud van een bakblik bepalen?), dan moet het volkorenmeel een gewicht hebben van 2200/3,7=595 gram. Met een marge van +10 en -30% wordt dat dus een gewicht van het meel tussen de 420 en 660 gram.


Berekenen deeggewicht op basis van de inhoud van een bakblik

Deze berekening kan je toepassen als je al een deeg hebt gemaakt en je afvraagt of dit wel bij je bakvorm past. Mogelijk moet je er een beetje van af halen.

Het deeggewicht is de som van alle ingrediënten uit het recept. Een recept met bijvoorbeeld: 500 gram bloem, 325 gram water, 9 gram zout en 5 gram droge gist levert een deeg op van: 500+325+9+5=839 gram.

Witbrood / licht bruin: inhoud van je bakblik / 2,6 = gewicht van het deeg in gram.

Volkorenbrood: inhoud van je bakblik / 2,2 = gewicht van het deeg in gram.

Een voorbeeld voor witbrood en lichtbruin: stel je hebt een bakblik van 2200 ml (hoe kan je de inhoud van een bakblik bepalen?), dan moet het deeg een gewicht hebben van 2200/2,6=846 gram. Met een marge van +10 en -30% wordt dat dus een gewicht van het deeg tussen de 590 en 930 gram.

Een voorbeeld voor volkorenbrood: stel je hebt een bakblik van 2200 ml (hoe kan je de inhoud van een bakblik bepalen?), dan moet het deeg een gewicht hebben van 2200/2,2=1000 gram. Met een marge van +10 en -30% wordt dat dus een gewicht van het deeg tussen de 700 en 1100 gram.


Foutje, aanvulling of vraag? Gebruik het reactieformulier.
wij gebruiken cookies
dat accepteer ik
meer informatie